Als aan mij wordt gevraagd “Jan waar en wanneer ben jij geboren”? Is mijn antwoord; In 1945 te Koewacht, één jaar na de bevrijding.
Een jaar na de bevrijding? Dat was toch in 1946 en niet in 1945? Jawel, in Wateringen, maar niet in Zeeuws- Vlaanderen daar is men in 1944 bevrijd. Hierbij het relaas van hoe mijn ouders; Hessel Post – Marechaussee te Koewacht (Zvl) en Jennie Post-Ras, een rol speelde in de bevrijding- activiteiten te Koewacht op 4 september 1944.
Uit een plaatselijk verslag;
Op Maandagmiddag 4 september 1944 om 2 uur verlieten de Duitsers, die op
Villa Mathilda hun verblijf hielden, de gemeente Koewacht. Ze werden
weggebracht door voerman Vermeire.
0p zijn kar lag de munitie met helmen, bagage, ransels enz. broederlijk
bijeen. Later bleek dat deze kar nooit zijn bestemming heeft bereikt, want
het werd onderweg door de burgers van Kemzeke en Hulst geheel van zijn last
ontdaan weer terug naar huis gestuurd. Achter de kar kwamen 7 Duitsers op de
fiets, wel een simpele uittocht voor het grandioze, snelle gemotoriseerde
Duitse leger. Nauwelijks waren ze uit het oog verdwenen of de pret begon.
Eerst gingen de palen met draadversperring die Holland van België scheiden
eruit.
Maar..... ..... daar kwam een Duitser terug. In een ogenblik was de straat leeg. Overal kropen de mensen weer weg. Maar nauwelijks was de soldaat verdwenen, of het volk kwam van alle kanten te voorschijn en de vrijheid werd voortgezet. De Duitse adelaar werd van het douanehuisje afgerukt, in 100 stukken gebroken en in de lucht geworpen.
Een rood wit blauw vlaggetje werd in de plaats gesteld en even later verscheen aan den anderen kant het Belgische vlaggetje tot grote vreugde van het volk. Het bordje “Halt” dat aan de Douaneboom zat werd er afgehaald, de oranjewimpel er aan gebonden en toen ging de boom de hoogte in. Daar wapperde weer ons schone Oranje. Gejuich, geklap en gezang van:
ORANJE BOVEN, ORANJE BOVEN, LEVE DE KONINGIN, WILHELMIEN. !
Een man klom boven op het dak zwaaiend met de
Nederlandse en de Belgische vlag en zong uit volle borst de “Brabançonne”.
Het volk liep met vlaggen die aan het gemeentehuis werden uitgereikt. Een
ogenblik verscheen er zelfs de grote vlag aan de vlaggenmast van de
Marechausseekazerne, Jennie de vrouw van Hessel Post, één van de
Marechaussees had deze uitgehangen, doch de Opper der Marechaussee gaf
direct bevel deze weer in te halen. En niet te vroeg, want daar verscheen
opeens een Duitse auto met een mitrailleur er op. Alsof er een bom insloeg,
zo snel was het volk uit de straten verdwenen. Toen men echter bemerkte dat
er niets gebeurde kwamen ze van lieverlee terug. Eerst rustig, maar toen de
auto verdween begon het gedoe weer opnieuw. Toen het laatste restje van de
versperring werd weggebroken liepen de Hollanders en Belgen gezellig de
grenzen over om dit broederlijk en eensgezind dit te vieren. Het dorp was in
feestelijke stemming.
“Hoera de moffen zijn weg”.
Foto’s werden genomen om dit heuglijk feit te vereeuwigen. ‘s Nachts hebben
de Belgen het douanehuisje in brand gestoken. Maar we hadden te vroeg
“hoera’’ geroepen, al snel hoorden we vertellen dat er 40000 Duitsers in
Zeeuws Vlaanderen ingesloten zaten. Bij Gent vocht nog een SS pantserdivisie
die zich niet wilde overgeven. In Absdale en Axel werd zwaar geschut
opgesteld er het was dus best mogelijk dat Koewacht nog onder vuur kwam te
liggen, zodat er geen steen meer van over zou schieten. De school werd dus
voorlopig gesloten omdat het te gevaarlijk was.
Woensdagavond 6 Sept. kwamen de eerste Duitse troepen over Stekene afzakken.
Ze waren te voet, op fietsen, met wagens en karren, kortom een
uiteengeslagen en verlopen bende. Donderdag werd de villa weer in beslag
genomen, en steeds kwamen er maar meer soldaten die op het Zand, 0ude en
Nieuwe Molen werden ingekwartierd.
Vrijdag 8 Sept. werden alle wegen van het dorp met kanonnen afgezet. Niemand mocht naar zijn werk, op alle gezichten las je een angstige spanning. De Duitsers waren zich aan het klaar maken voor de strijd. De Marechaussee Hessel Post werd in de Nieuwstraat bedreigd door een verdwaasde Duitse officier die een oud zeer wilde verrekenen. Hij richtte zijn wapen op het hoofd van deze Marechaussee. Hessel bleef rustig zodat dit ternauwernood goed af liep. Maar de schrik zat er goed in bij hem. Van hoger hand werd besloten dat de Marechaussees voorlopig niet in uniform mochten opereren. ‘s Nachts hoorde je uitsluitend het gebulder van het zware geschut en overdag had je het steeds maar heen en weer rijden en gaan van de komende en gaande Duitse troepen.
Tot opeens Zaterdagavond heel het dorp met kanonnen werd bezet, dat was even een angstig iets. De mensen zag je met dekens en matrassen slepen om bij elkaar in de kelders te gaan slapen. Het zag er voor ons dorp niet heel best uit, toch werd in de kazerne van de Marechaussee een verjaardag gevierd en wel van Jennie Post-Ras.
Een stelletje jagers cirkelde almaar rond en
schoten in Absdale en op het Zand op munitiewagens en een tank met benzine,
waardoor branden ontstonden bij van Haver en Vliegher in Absdale en bij de
Schepper op het Zand.
Gelukkig duurde het niet lang, na een uur was alles weg, soldaten en
kanonnen, ze waren vertrokken naar Stekene.
De boeren hadden hun paarden en wagens moeten
afstaan en van de burgers werden de fietsen gevorderd, terwijl bij sommigen
de wollen dekens werden gevorderd en bij de bakkers het meel werd
weggehaald, terwijl ze bovendien nog voor de Duitsers moesten bakken.
Woensdagmiddag begon het gevecht te Stekene. Hevig kanongebulder donderde
over ons dorp. En dit werd nog erger toen het gevecht zich verplaatste naar
Stekenebrug. Dat is op 20 minuten afstand. De granaten kwamen nu tot op
Koewacht, doch Goddank werd er geen schade aangericht.
Niemand werkte er nog, bij clubjes zaten de mensen buiten bij elkaar de
toestand te bespreken en de gebeurtenissen af te wachten. ‘s Nachts begon
het rijden en rossen weer met auto’s, wagens en karren.
Troepenvervoer, Stekene was gevallen en de Duitsers trokken zich terug
achter de waterlinie van Axel.
Vrijdagmorgen 15 Sept. was er praktisch geen enkele Duitser meer te zien, de
villa was leeg en de wagens vertrokken.
Ook de telefoonlijn was verbroken en zo nu en dan zag je nog een zwijgend
groepje zwarte en bestoven en gewonde soldaten voorbij trekken. Het was een
zielig gezicht. Rond 5 uur werd het gerucht verspreidt: de Engelsen komen.
Het was of een elektrische schok het volk beroerde, alles was direct op de
been. Bij Misseghers verscheen de eerste vlag gevolgd door de Belgische
zuster, daarna door de Hollandse zusters en al de huizen in de buurt. Heel
het dorp vol vlaggen, blijdschap en blijde spanning.
De spanning, blijde spanning was er te lezen op
alle gezichten nog een paar minuten en dan . . . ?
Ja, ze kwamen in zicht. Wat een teleurstelling, ze zwenkten af naar de
richting Moerbeke. De vlaggen verdwenen weer en de straat werd weer rustig.
‘s Avonds werd er rondverteld: we moeten vannacht de kelders in, want de
Tommys komen patrouilleren en er kunnen dan straatgevechten ontstaan.
Ze zijn werkelijk met de mitrailleurs door de
straten gegaan, doch alles bleef rustig.
Zaterdagmorgen 16 Sept. om kwart voor acht reed de eerste “geallieerde” auto
bij Koewacht over de grens.
Onmiddellijk wapperden de vlaggen en was al het
volk op de been om onze bevrijders te begroeten, doch het waren geen Engelse
soldaten, maar: POLEN.
Op de mouw van hun uniform stond het woordje “Poland” 147 Wagens kwamen door
Koewacht, lichte pantserwagens, kanonnen, tanks, enz. KOEWACHT IS BEVRIJD
van de MOF. De vlaggen uit en hoog in top aan gevel en aan stag En hang de
wimpel erbij op die past bij onze vlag. Komt laat ze waaien fier en vrij de
oranjewimpel, blij erbij en alle man sla hand in hand en schaar je der
omheen. Zoals de vlag hoort volk en land veelkleurig maar toch een was ooit
een land. Hier vrij en blij Oranje was er altijd bij. Meenden we ‘s morgens
al veel gezien te hebben, dit was nog niets in vergelijking met wat rond
twaalf uur de grens kwam over rollen. Pantserwagens op 14 wielen, vreselijke
dingen om te zien.
De soldaten zaten onderin, die bovenop zat had een koptelefoon, op de
verschillende wagens stonden antennes.
Ze waren allen voorzien van landkaarten en verrekijkers. 58 Van zulke grote
pantserwagens waren erbij, een aantal lichte pantserwagens, kanonnen, tanks,
een Rode Kruiscolonne, wagens met autobanden, rubberbootjes, bruggen,
hijskraanwagens, wagens met voorraad en allerlei andere benodigdheden. Bij
elkaar zeker een 4 à 500 wagens. Ordonnansen reden ertussendoor op
motorfietsen. De pantserwagens wogen rond de 35000 kg. Ze reden op zware
ijzeren kettingen met naar binnen gerichte ijzeren pinnen van wel 1 dm breed
en hoog.
Je dreunde als ze voorbij reden, de straat ging ervan kapot. Zulke wagens
rijden over alles heen, zoals bomen, hekken, kleine en middelmatige sloten,
ja zelfs huizen.
Later zijn er nog grotere gekomen, ze zijn haast zoo groot als huizen. Het
was geweldig om te zien, het was een buitengewoon goed uitgerust leger. Aan
de grens hing met grote letters zoals ook aan het gemeentehuis.
“WELKOM”
Heel het dorp was op de been, juichend en vlaggend werden de bevrijders
begroet. Ze groeten terug met de vingers in V vorm, d.i. Victorie, ofwel met
de duim omlaag, d.w.z. de Duitsers er onder, ook zwaaiden ze terug. Ze
maakten de indruk van nette verzorgde jongens. Als de wagens even
stilstonden, stonden de mensen er rond. De kinderen moesten handjes geven en
kregen dan chocolade.
Er was al direct een grote vriendschap voor de Polen die zich nu in Koewacht gingen opstellen. En het Poolse volkslied weerklonk in ons dorp dat nu wel een grote stad leek.
Jeszcze Polska nie zginela
Kiedy my zyjemy
Co nam obca przemoc wziela
Szabla
odbierzemy
Marsz,
Marsz Dabrowski,
Ziemi Wloskiej
do Polski,
twoim
przewodem
Zlaczym siez narodem.
Zaterdagmiddag 16 september begon de grote aanval op Axel. Het zware geschut stond opgesteld in de karnemelkpolder, de Oude Molen, Boschdorp en de verdere omgeving, zodat wij daverden van het kanongebulder. Het zwaarste onweer is nog niets in vergelijking met dit lawaai. Toch waren wij niet bang, want wij zaten achter het geschut en de duitsche kanonnen reikten zover niet, zodat er voor ons geen gevaar was. Die middag werd er een gesneuvelde Pool op het kerkplein gebracht. Mijnheer kapelaan diende hem nog het H. Oliesel toe.
s’ Avonds rond 8 uur heeft Mijnheer pastoor hem hier op het Kerkhof begraven. Hij ligt eerste klas. Iemand die zijn leven voor ons gaf verdiend dat wel. De volgende morgen was het zondag. Op verschillende plaatsen werd door de aalmoezeniers in de open lucht de H. Mis opgedragen. De polen zijn Katholiek en fier op hun geloof. Dit konden de mensen zien aan de eerbied die zij daarbij betoonden, zodat een van onze mannen zei: “Als je dat geloof ziet dan is het onze maar surrogaat.” Deze zondag is een zware dag geweest voor de Polen. De brug van Axel was opgeblazen. De Polen probeerden deze te maken, doch werden door de Duitsers geregeld onder vuur gehouden, daardoor zijn er veel gesneuveld. We hoorden van een schatting van wel 200 soldaten. Er kwam ook nog bij, dat als de Duitsers hun handen ophieven tot overgave, en de Polen dan dichterbij kwamen, schoten de Duitsers hun neer. Dat was vals en tegen alle oorlogsrecht en wetten in. Er waren broers die tegen elkaar in het vuur stonden en het is gebeurd dat een Pool zijn eigen broer krijgsgevangen nam. Maar na een half uur reed hij naast zijn broer in het leger der geallieerden. Drie aanvallen hebben ze op Axel gedaan. Dinsdag 19 September ‘s middags om 2 uur is Axel gevallen. Met veel beschadigingen en er waren 19 burger doden. Men heeft vastgesteld dat er totaal 500 Polen gesneuveld zijn. Axel is dus wel duur betaald.
Hadden de Polen Axel gebombardeerd er zouden er
niet zoveel Poolse soldaten gevallen zijn, maar meer burgers zijn gedood.
Doch de Polen zeiden:
“Wij komen om het volk te bevrijden, maar niet om het te vernietigen.” Het
liet zich aanzien dat er ook om Hulst fel zou worden gestreden, want de brug
bij het E.K. huis was ook opgeblazen. Maar ‘s middags om 3 uur verlieten de
Duitsers opeens Hulst en ‘s avonds trokken de Polen er binnen. De toren van
de Basiliek is kapot geschoten, dat was de uitkijkpost van de Duitsers, die
konden van daaruit zien wat de Polen deden en dat mocht niet. Ook de toren
van St.Jansteen is gedeeltelijk kapot. 20 September viel Terneuzen. Die dag
kregen we hier de vluchtelingen uit Axel, die mensen hadden van ‘s
Zaterdagsmiddags half drie tot Woensdagmorgen in de kelders gezeten, dicht
op elkaar, bijna zonder eten of drinken. Ze waren dan ook heel blij in een
rustige en veilige omgeving te zijn.
Donderdag 21 September verlieten de Polen ons weer
langs de grens bij Koewacht. Heel het leger trok nog eens voorbij.
Het was de laatste dagen nog vergroot door de Canadezen. Oost Zeeuws
Vlaanderen was bevrijd, voor ons was de oorlog geëindigd. Wij zijn God
dankbaar die ons zo wonderbaar spaarde. Laten wij de Polen herdenken die ons
de vrijheid brachten, ten koste van hun eigen leven. Koewacht, september
1944.
Donderdag 4 oktober l944 werd door de pastoor in de R.K. parochie een plechtige H. Mis opgedragen voor de gevallen Polen onze bevrijders. De kerk was gevuld met gelovigen en andere belangstellenden welke daardoor een hulde wilden brengen aan de gevallen Polen. Na de H. Mis werd door de burgemeester namens de Gemeente Koewacht een prachtige krans gelegd op het graf van de hier begraven Pool. Hiermede wilde de gemeente Koewacht een blijk geven van waardering voor het heldhaftige gedrag van de in onze streek gevallen Poolse soldaten.
Het is toch nog een groot bevrijdingsfeest geworden
in het Zeeuws Vlaamse Koewacht. Ook onder de in Koewacht gelegerde
Marechaussees. Waar 9 maanden later een gezonde zoon werd geboren bij de
Marechaussee Hessel Post en zijn vrouw Jennie.
Hessel en Jennie hebben nu de vlag wel mogen uitsteken van de Opper.
Hun zoon heeft de naam van Jan Teunis Post
meegekregen.
Jan Teunis Post, februari 2009